Outplacement blog

Voorschot compensatie transitievergoeding niet mogelijk

27-04-2021

Er komt geen voorschot voor de transitievergoeding voor werkgevers. Hoewel sinds april 2020 een compensatieregeling geldt in bepaalde gevallen, hebben vooral kleine werkgevers moeite met de 'voorfinanciering' van de transitievergoeding. Daarom pleitten zij voor een voorschot. Maar volgens minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zou dit leiden tot onwerkbare complicaties.


Waarom een voorschot niet mogelijk is


Hoe schrijnend de situatie soms ook is, het UWV kan de bedragen niet voorschieten, aldus Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een Kamerbrief. Dit leidt volgens de minister tot niet gewenste juridische en uitvoeringstechnische complicaties. Zo beschikt het UWV bijvoorbeeld niet over de gegevens om de transitievergoeding te kunnen berekenen. Een andere complicatie is dat werkgevers de transitievergoeding bij een voorschotregeling pas zouden betalen na ontvangst van de compensatie. Dit zou het UWV verantwoordelijk maken voor het betalen van de transitievergoeding. Een werknemer zou dan langer moeten wachten op de uitbetaling omdat het UWV andere termijn hanteert. Het gegeven dat de compensatie en de transitievergoeding niet altijd even hoog zijn, komt daar nog bij.  

Ruim 87.000 aanvragen voor compensatie transitievergoeding


Het UWV ontving sinds april 2020 87.623 aanvragen ontvangen voor compensatie van de transitievergoeding van langdurig zieke werknemers. Per werknemer werd gemiddeld € 19.428 aan werkgevers uitgekeerd als compensatie voor de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige ziekte. Het maximale bedrag bedroeg € 415.587 en minimumbedrag € 49. Het UWV ontving slechts van 25 werkgevers een compensatieaanvraag voor 52 werknemers aangaande een beëindiging van het bedrijf als gevolg van pensioen of overijden. Deze regeling geldt sinds 1 januari 2021. Voor de Compensatieregeling bedrijfsbeëindiging als gevolg van pensionering of overlijden werkgever is gemiddeld € 14.690 uitgekeerd. Het maximale bedrag € 45.687 en het minimumbedrag € 70.


Heeft u te maken met de transitievergoeding in combinatie met langdurige ziekte? Kom dan in contact met outplacementbureaus en re-integratiebedrijven in uw regio. 



 

IBM schrapt naar verluid 1100 banen

24-03-2021

IBM schrapt in Nederland naar verluid bijna de helft van de 2200 banen. Voor 560 personeelsleden zou geen plaats meer zijn in het technologiebedrijf, terwijl nog eens 430 man verplaatst worden naar een nieuwe afsplitsing van IBM. De ingrepen moeten voor de zomer zijn gerealiseerd.

Reorganisatie IBM in Nederland

Verklaring IBM

IBM geeft aan dat de ingreep nodig is om klanten zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen. Het geld dat met de operatie wordt bespaard, wordt geherinvesteerd. IBM benadrukt dat ze aanzienlijke investeringen zal doen in de opleiding en de ontwikkeling van personeel. IBM heeft ook in andere landen stevig ingegrepen: 8000 tot 10.000 banen in totaal in Europa. Zo worden kosten verlaagd bij de langzaam groeiende IT-dienstentak. Eind 2020 telde IBM wereldwijd nog 350.000 werknemers. Het bedrijf heeft vestigingen in meer dan zeventig landen waaronder Nederland.

Vrijwillige vertrekregeling

Voor een van onderdelen van IBM wordt een vrijwillige vertrekregeling georganiseerd, zo staat te lezen in een brief van de ondernemingsraad aan het personeel. Daarna gaat IBM tot gedwongen ontslagen over. CNV vindt de reorganisatie te grof en zuur voor de mensen die geraakt worden. De vakbond heeft bedenkingen bij de aanpak van IBM. Het is ze vooral te doen om een bepaalde passage uit het sociaal plan. Dat wil zeggen dat een werknemer van IBM 14 dagen de tijd heeft om de vaststellingsovereenkomst van het ontslag te accepteren en daarmee van bepaalde voordelen. Wie in beroep gaat tegen zijn ontslag verliest echter per direct dat recht met als consequentie dat werknemers terugvallen op transitievergoeding. CNV is van mening dat werknemer altijd in beroep moet kunnen gaan.

Ruim een derde van de werkenden overweegt een carrièreswitch

13-03-2021

Uit internationaal onderzoek van Kaspersky blijkt dat ruim een derde van de werkenden een carrièreswitch overweegt. De coronasituatie die nu al een jaar duurt laat ons sterk twijfelen over onze baan.  


Coronacrisis zet aan tot denken

De coronacrisis speelt een belangrijke rol bij de gedachte om te wisselen van baan. Als we inzoomen op Nederland (in het onderzoek samengenomen met landen uit de Benelux) blijkt 20 procent onzeker te zijn over de toekomstperspectieven voor hun werk. 32 procent overweegt door de coronacrisis van baan te wisselen. Maar het is niet alleen onzekerheid die werknemers drijft. Velen geven de voorkeur aan een baan met een structureel betere werk-privébalans (38 procent) en minder stress op een werkdag of minder overwerk (36 procent). Irmgard Borghouts, hoogleraar HRM & Sociale Zekerheid van Tilburg University, voegt daaraan toe dat de lockdown bijdraagt aan bezinning en nadenken over het verliezen van je baan. 

Niet alleen de pandemie 

Maar het is niet alleen de coronacrisis die mensen laat twijfelen over hun baan en loopbaan. Organisatiepsycholoog Tosca Gort benadrukt dat mensen eigenlijk voortdurend twijfelen over hun baan en behoefte hebben aan verandering.  Omgevingsfactoren en situatie zijn belangrijke factoren die bepalen of je tevreden bent met je baan, voegt Gort toe. Het wisselen van baan puur op basis van de huidige omstandigheden is wel iets om rustig over na te denken. Als voorbeeld noemt ze het missen van sociale contacten in de nieuwe baan als de coronacrisis eenmaal achter ons ligt. Borghouts pleit voor het samen optrekken van werknemers, werkgevers en overheid als het gaat om het duurzaam en breed inzetbaar maken van personeel. Volgens haar is juist nu het moment om de basis te leggen voor de toekomstige arbeidsmarkt.

 
Kom in contact met outplacementbureaus en loopbaancoaches voor loopbaanadvies en outplacementmogelijkheden. 

Een op de zes denkt in de toekomst niet meer meer relevant te zijn op de arbeidsmarkt

10-03-2021

Een op de zes Nederlanders denkt in de toekomst niet meer relevant te zijn op de arbeidsmarkt. Dat blijkt uit een onderzoek van Lepaya. Vooral millennials maken zich grote zorgen. Informatie en communicatie, logistiek, (financiële) dienstverlening en overheid zijn voorbeelden van branches die weinig toekomstperspectief zouden hebben. Het tijdig inzetten van scholing en van werk naar werk kan uitkomst bieden.

Duurzame inzetbaarheid millennials

Duurzame inzetbaarheid nog geen prioriteit bij bedrijven

42 procent van ondervraagden vreest dat hun vaardigheden over 20 jaar niet meer relevant zijn. Tegelijkertijd geeft 37 procent in het onderzoek aan niet genoeg aandacht te besteden aan het ontwikkelen van gevraagde vaardigheden als empathie. Ook digitale vaardigheden om technologieën goed te kunnen begrijpen en aan te sturen worden als zeer relevant aangemerkt voor toekomstig werk. René Jansen van Lepaya ziet dat bedrijven vooral training en ontwikkeling bieden voor het effectiever kunnen uitvoeren van de huidige baan. Ondanks de zorg die bestaat bij werknemers krijgen duurzame inzetbaarheid en vaardigheden echter nog nauwelijks aandacht. Irmgard Borghouts van Tilburg University constateert dat Nederland laat begint met opleiding en ontwikkeling. Als voorbeeld noemt ze de coronacrisis waarbij om- en bijscholing pas focus kregen nadat banen waren verdwenen.

Van werk naar werk trajecten te laat ingezet

Hoogleraar HRM en sociale zekerheid Irmgard Borghouts deed verschillende onderzoeken naar hoe mensen van werk naar werk gaan na reorganisaties of ontslagrondes. Tegen het AD zegt ze: 'Ik probeer erachter te komen hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen zo snel en zo passend mogelijk van werk naar werk komen, en hoe we zelfs kunnen voorkomen dat mensen ontslagen worden.' Volgens Borghouts begint Nederland te laat met opleiding en ontwikkeling. Borghouts benoemt twee fases waarin je werkloosheid kunt voorkomen. In fase 1 gaat het vaak goed met een bedrijf. In fase 2 verkeert een bedrijf in zwaar weer. 'Bij grote bedrijven zie je vaak dat personeel met een vast contract een werk-naar-werk-traject krijgt aangeboden. Maar het zou veel beter zijn om dat juist in die eerste fase te doen.' Uit onderzoek van Borghouts blijkt tevens dat maar een kwart dat vlak voor ontslag scholing of training krijgt aangeboden daar daadwerkelijk gebruik van maakt. Zo’n traject kan juist de werkloosheidsduur kan verkorten, in het bijzonder bij oudere werknemers. 

 
Zoek contact met outplacementbureaus en loopbaancoaches voor van werk naar werk of ontwikkeladviestrajecten